Laatst aangepast op Donderdag, 12 januari 2012, 17:39 Donderdag, 12 januari 2012, 17:35
Een dag met CDA-Tweede Kamerlid Ger Koopmans op 8 november 2011 in Den Haag. Door: Peter de Vrieze en Tjeerd Karsten
Ergens eind september, op een slaperige vrijdagochtend, checkte ik (Tjeerd) even het nieuws om te weten of de wereld om ons heen nog bestond. Dat was zo, dus met een gerust hart kon ik de pagina Binnenland gaan bekijken. Daar zag ik plotseling een bericht dat me ergens aan deed herinneren: “Aantal migranten uit Oost-Europa is totaal onderschat”. Arbeidsmigratie uit Midden-en Oost-Europa, daar hadden wij een beleidsnota over geschreven voor het vak Beleidswetenschappen I van Chris Coolsma. Nu bleek dat de Tijdelijke Kamercommissie “Lessen uit recente arbeidsmigratie”(Lura) precies eenzelfde onderzoek heeft gedaan. Koffie was niet meer nodig, gelijk was ik wakker.
Op hetzelfde moment pakte ik (Peter) de telefoon en belde Tjeerd op om te vragen of hij het artikel over arbeidsmigranten al had gelezen, dit was uiteraard het geval en vroeg of hij mee zou willen gaan naar Den Haag. Na wat navraag konden wij een afspraak en interview regelen met de voorzitter van de commissie Lura CDA-Kamerlid Ger Koopmans. Zo kwam het dat we op 8 november 2011 afreisden naar Den Haag om onze bevindingen met die van de Kamercommissie te vergelijken en wellicht even met Ger Koopmans te kunnen spreken.
Ruim op tijd aangekomen in Den Haag bespraken wij in een café op het Plein de vragen die we graag zouden willen stellen. We werden om 13.00 uur verwacht in het Parlement door de persoonlijke assistent van Ger Koopmans. We zouden eerst een rondleiding door een stagiaire krijgen, even bij het Vragenuurtje zitten en als Ger het niet te druk had, konden we hem zelfs even aanspreken. Dat klonk niet bijster spannend, maar dat zou binnen enkele ogenblikken helemaal veranderen.
Bob Bodegreven kwam ons ophalen en begeleidde ons naar het Leden-restaurant. Ger Koopmans was er nog niet, dus kwamen we aan tafel te zitten met Bas Jan van Bochove en Michiel Holtackers, beide CDA-Kamerleden. Deze heren kenden het menu van het restaurant uit hun hoofd van A tot Z en werden vorstelijk bediend, maar veel konden ze ons niet helpen met ons Arbeidsmigratie-vraagstuk. Toen kwam Ger Koopmans er al aan en nuttigden we onze lunch verder met hem.
Ger vertelde ons hoe hij bij de commissie was beland en wat het programma verder die dag zou inhouden. We moesten in ieder geval aanwezig zijn bij het Kamerdebat die avond waarbij het Lura-rapport zou worden besproken door de fractiespecialisten. Hier werden voor ons 2 plekken vrij gehouden op de adviseursbanken in de plenaire zaal.
Verder konden we de hele dag met hem meelopen om mee te maken wat een Kamerlid zoal doet. Van een AO’tje met minister Donner tot een gesprek in Nieuwspoort. Onze verwachtingen waren al volledig overtroffen, en al helemaal toen hij onze beleidsnota aannam en enkele notities erover maakte die hij in het debat ook zou gebruiken. Wat volgde was een intensieve dag met discussies, interviews, commissievergaderingen en de Kamerleden in hun natuurlijke habitat spotten.
Na de toetreding van 10 Midden-en Oost-Europese landen tot de Europese Unie in 2004 en de openstelling van grenzen zijn er naar schatting 200 000 tot 300 000 arbeidsmigranten naar Nederland gekomen. De commissie stelt dat deze instroom totaal is onderschat en er grote problemen zijn in de loonbetaling (onderbetaling), arbeidsomstandigheden en slechte huisvesting. De overheid heeft gefaald in de aanpak van deze problemen en de verwachting is dat dit de komende jaren niet zal afnemen. De commissie onderkent het belang en de noodzaak die deze arbeidsmigranten betekenen voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Er zijn namelijk werknemerstekorten in tuinbouw, bouwsector en de zorg. Anders dan altijd is gedacht door bepaalde partijen vullen de half miljoen Nederlandse werkelozen dit gat niet op, waardoor Polen, Hongaren en Roemenen en Bulgaren worden ingeschakeld om dit werk te doen.
Interessant gegeven was dat er van links tot rechts overeenstemming bestond over het bestaan van dit probleem. Duidelijk was dat alle partijen een rationele oplossing wilden vinden, die ver staat van het populistische standpunt over arbeidsmigratie. Deze conclusies delen wij eveneens in onze beleidsnota en daar voegen wij aan toe dat werknemers uit Midden-en Oost-Europa betrokken dienen te worden in het overleg over het probleem en de oplossing. Deze oplossing is met referentie naar 2 Groningse studenten genoemd door Kamerlid Van Hijum tijdens het debat in de Kamer, onder de noemer ‘inpoolderen’. Ofwel het betrekken van arbeidsmigranten in het Nederlandse poldermodel. Kijk de Handelingen maar eens na..
Met enkele politieke tips in ons achterzak en een aantal inhoudelijk belangrijke bijdragen keren wij met de allerlaatste trein vanuit Den Haag huiswaarts.


